Het No4 Commando

Voor de toegewezen taak die het No4 commando had gekregen, werd de groep uitgebreid met eenheden. Deze eenheden gingen assistentie verlenen bij het beveiligen van het strand en het uitladen van de uitrustingen en voorraden. Aan de commandogroep werd ook de Nederlandse eenheid van de No.10 troep toegevoegd. Luitenant de Ruiter voerde dit commando aan. Aan hen de taak om eventuele problemen met de bevolking op te lossen.

Aan het hoofd van de “Landing Craft Obstacle Clearing Unit” stond Luitenant Hargreaves. Een militair met veel ervaring in het uitvoeren van aanvallen met LCA’s. Na afloop van de strijd bleek dat hij zijn taak zeer doortastend en met vaardigheid had uitgevoerd.

De volledige No4 Commandogroep bestond uit de eerdergenoemde aanvals- en de No10 troep, maar ook uit genie-, medische, verbindings- en bevoorradingstroepen. De totale omvang kwam uiteindelijk uit om en nabij de 550 man. Vanuit Breskens maakten ze de oversteek naar Vlissingen. De eerste aanvalseenheden werden verdeeld over 20 LCA’s. Zodra de situatie het toestond, kwamen de bevoorradingstroepen over met de benodigde aanvullingen.

Verrassingsaanval. Of toch niet?

Vanuit Breskens gezien lag Vlissingen er verlaten bij. De boven de stad uitstekende kranen van de Schelde waren goed zichtbaar. Meer was er ook niet te zien op deze druilerige oktoberdag. Als iemand had gezegd dat Vlissingen een verlaten stad was, dan was dit niet ongeloofwaardig geweest.

Nu de laatste voorbereidingen in volle gang waren, werd het tijd om de LVT’s over te brengen naar Breskens.

Figuur 1 LVT = Landing Vehicle Tracked (LVT) ook bekend onder de naam Buffalo

De brigadecommandant van de 155e infanteriebrigade had dit toegezegd. Mocht het over land niet lukken, dan voeren de LVT’s onopgemerkt in het donker naar Breskens. In tegenstelling tot de afspraak arriveerden ze toch overdag. Iemand had het plan opgevat om een rookgordijn aan te leggen, zodat het niet zichtbaar was wat er gebeurde. Alleen stopte het rookgordijn precies voor de haveningang van Breskens.

Figuur 2 W6: 4 105 mm kanonnen bereik 17 km

De Duitsers zagen dit en voor hen was het gelijk duidelijk dat er iets speciaals gebeurde. Het Duitse geschut, met de geallieerde aanduiding W6, vuurde een groot aantal granaten in de richting van de haven. Ieder schot was accuraat.

Geluk bij een ongeluk waren er geen doden te betreuren, wel enkele gewonden. Het bombardement had ook geen schade veroorzaakt aan de aanwezige landingsvaartuigen. Op eentje na dan. De landingsboot van de eerste groep commando’s die aan land zouden gaan raakte beschadigd en was niet meer zeewaardig.

Blij toe dat het Duitse geschut niet eerder het vuur had geopend. Een paar minuten eerder en de uitwerking op de operatie zou niet te overzien zijn geweest. Net voordat de eerste granaten insloegen werd de inschepingoefening voor de LCA’s beëindigd. Meer geluk dan wijsheid.

Door de misser van het rookgordijn vervloog de hoop dat het nog een verrassingsaanval zou gaan worden. Aan de overkant moest toch wel duidelijk zijn dat er iets groots stond te gebeuren?

Daarnaast kon het de Duitsers niet zijn ontgaan dat het gebied rond Breskens nu volledig in werd genomen door troepen, artillerie, landingsvaartuigen en nog meer artillerie. Een verrassingsaanval leek nu uitgesloten.

Wat de Duitsers ook dachten, er was rekening gehouden met de mogelijkheid dat ze wisten dat er een oversteek gemaakt zou worden. In eerste instantie had men het plan om vlak voor de aanval een zwaar luchtbombardement uit te voeren. De weersomstandigheden op 1 november waren te slecht om de volgeladen bommenwerpers op te laten stijgen.

De artillerie zou het overnemen en Vlissingen zwaar onder vuur nemen. Er kwam een extra toevoeging aan dit plan. Gedurende het bombardement deden vliegtuigen die wel konden opstijgen een namaak-bombardement – zonder bommen af te werpen – vlucht boven de stad.

De ervaring leerde dat een soldaat die bescherming zocht in een bunker terwijl er van alle kanten bommen op en naast de bunker zouden inslaan, geen onderscheid zou weten te maken tussen een artilleriebeschieting of een luchtbombardement. Zeker niet als er ook nog motorgeluid te horen zou zijn van vliegtuigen.

Tegen de tijd dat de Duitsers doorhadden wat er gebeurde, hoopten de commando’s al aan land te zijn.

Vlak voor ‘D-Day’ bleek dat geen enkel vliegtuig in staat was boven Vlissingen te verschijnen. De artillerie stond er alleen voor. Het vuurplan wijzigde van h minus 15 minuten (h = landingstijd), naar h minus 60 minuten. Met andere woorden; een uur van tevoren openden de kanonnen het vuur op de hun toegewezen doelen.

Achteraf bleek de vraag of de Duitsers iets vermoedden een klassiek voorbeeld van een situatie waarin zaken anders worden ingeschat. Aan geallieerde zijde was men ervan overtuigd dat de vijand wist wat er ging gebeuren. De Duitse garnizoenscommandant van Vlissingen gaf later toe dat pas bij het artilleriebombardement het vermoeden ontstond dat iets stond te gebeuren. Defensieve maatregelen nemen bleek niet meer mogelijk. Tijd ontbrak hiervoor. De aanval bleek toch als een verrassing te komen.

Geef een reactie