Oorlogsjournaal van Peloton No. 3

Luitenant Royal Engineer H. Burgress

1 november

In de haven van Breskens wordt peloton No. 3 opgesplitst in drie groepen. Iedere groep zal in een landingsvaartuig van het type LCA naar Vlissingen worden overgezet. In de LCA’s zijn ook werkbenodigdheden ingeladen, zoals springstof. Het inladen van de trekkarren met daarop de benodigdheden verloopt moeizaam. Door de lage waterstand in de haven liggen de LCA’s te laag in het water om de trekkarren de vaartuigen in te rijden.

Wanneer de LCA’s om 08:30 uur de haven uitvaren zijn de manschappen nog druk bezig met het sorteren van de explosieven. Deze moeten zo snel mogelijk opgeborgen worden en mogen niet los op het dek rondslingeren.

Met een luidspreker krijgen de manschappen vanaf de pier nog een laatste boodschap mee. “Pas op voor vijandig vuur aan de overzijde!” luidt het bericht. In het vaartuig van luitenant Burgress worden in reactie hierop grapjes en gevatte opmerkingen gemaakt.

Bij het naderen van Vlissingen wordt het doodstil aan boord, de gezichten staan strak. Vingers gaan richting de veiligheidspal van de vuurwapens. Op nog geen honderd meter van het landingstrand slaan granaten dichtbij in. In de landingsboot realiseert men zich dat het vaartuig het doelwit is van de Duitse granaatbeschieting. Luitenant Burgress schrijft in zijn oorlogsjournaal over dit moment: “Ik ben ervan overtuigd dat alle dertig man een oprecht schietgebed doen.” 

Het landingsvaartuig ligt onder zwaar vuur. Niet alleen granaten worden op het vaartuig afgeschoten. Een zwaar machinegeweer, of, waarschijnlijker, een luchtdoelgeschut vuurt onophoudelijk. Kogels gaan horizontaal over de hoofden van de manschappen. Plotsklaps wordt de boot geraakt. Delen van de boot spatten open.

Sapper McNamee wordt geraakt en is het eerste dodelijke slachtoffer wat valt. Luitenant Barr is ernstig getroffen aan het hoofd. Om het bloeden te stoppen krijgt Barr een doek om het hoofd gewikkeld. Luitenant Burgress vraagt aan een andere sapper (geniesoldaat) of hij gewond is. Evans antwoordt met een kalme stem: “Mijn arm ligt eraf, sir!”

Ondanks dat het vaartuig nog steeds onder vuur ligt, blijven de manschappen redelijk kalm. De gewonden worden naar de achterzijde van het landingsvaartuig gebracht. Kolonel Parker probeert de gewonden zo goed mogelijk te verzorgen.

Dan komt het sein om voorbereid te zijn op het verlaten van het vaartuig. Op dit moment is luitenant Burgress er nog steeds van overtuigd dat de eenheid bij het verlaten van de LCA’s door diep water moet lopen om bij het strand te komen. Zonder erbij na te denken maakt de luitenant zijn uitrusting los. Als commandant van deze eenheid heeft hij in zijn hoofd de beslissing gemaakt het vaartuig zo snel mogelijk te verlaten en de gewonden zo comfortabel mogelijk achter te laten in het schip.

Dan gaat de voorklep open. Tot zijn opluchting ziet hij dat het strand op nog geen twintig meter voor hem ligt. Zijn manschappen komen niet terecht in diep water. Het strand is op loopafstand.

Eenmaal in de beschutting van het landingsstrand, buiten het bereik en de observatie van de Duitsers, worden de spullen snel uitgeladen. Duitse soldaten helpen mee met het leeghalen van het landingsvaartuig. Door het inzetten van de Duitsers is dit werk twee keer zo snel afgerond als normaal.

Het landingsvaartuig keert terug naar Breskens – met aan boord negen slachtoffers.

Na het uitzoeken en uitpakken van alle benodigdheden gaat de eenheid aan het werk. Als eerste wordt in het gebied waar veel obstakels staan een bredere doorgang gemaakt. Zwaardere voertuigen kunnen nu makkelijker het strand verlaten.

De rest van de middag bestaat uit afwisselend werk. Bomen worden opgeblazen om de schutters van de Mountain Gunners ruimte te geven, voorraden worden verplaatst en andere logistieke zaken worden geregeld.

 In de loop van de middag krijgt de eenheid een verzoek om met een sectie actie te ondernemen tegen een verdedigingswerk. Naast springladingen bevestigd aan een stok neemt de sectie verschillende andere soorten springladingen mee.

Bij aankomst overlegt luitenant Burgress met de majoor die het verzoek heeft ingediend. Al snel bemerkt hij dat de majoor helemaal geen informatie kan geven over het verdedigingswerk. “Hij heeft dat verdomde ding nog helemaal niet gezien”, merkt hij op in het verslag.  

Samen met de majoor gaat hij op onderzoek uit. Het blijkt dat het verdedigingswerk alleen benaderd kan worden vanuit een woning. Dan ook nog alleen door een klein raam. Ze zien al snel in dat een aanval bij daglicht in de buurt komt van een zelfmoordmissie.

De terugkeer verloopt niet makkelijk. Overal zijn Duitse schutters actief. In het oorlogsjournaal schrijft de luitenant dan ook heel eerlijk: “Bij terugkomst stroomde het zweet van mijn lichaam door het vele sprinten wat wij regelmatig moesten doen om een veilig heenkomen te vinden.”

2 november

Gedurende de tweede dag zijn de verschillende secties druk bezig met uiteenlopende zaken. De sectie van korporaal Thornton houdt zich bezig met het verwijderen en onschadelijk maken van Duitse mijnen. Deze Teller-mijnen liggen verspreid over het landingsstrand. Een andere sectie is bezig met het opstellen van een veldkeuken. De sectie onder leiding van Bob Northcote is de stad ingegaan om ondersteuning te geven daar waar nodig.

Luitenant Burgress gaat zelf met een sectie richting de Schelde. Hier gaat hij op zoek naar springladingen. Deze springladingen zijn door de Duitsers neergelegd. Zeer waarschijnlijk is het de bedoeling geweest de havenfaciliteiten op te blazen.

Door de aanwezigheid van Duitse schutters is het niet mogelijk het gehele gebied te onderzoeken.

Luitenant Burgress laat in zijn rapport duidelijk blijken dat hij erg blij is. Blij dat Typhoon jachtvliegtuigen ingezet worden tegen mitrailleurnesten en bunkers. Hierdoor worden zijn eenheden niet blootgesteld aan het gevaar dit te moeten doen. “Thanks goodness”, schrijft hij.

De bulldozer arriveert tegen het einde van de middag (17:00 uur) en wordt gelijk ingezet. De weg wordt vrijgemaakt om gemotoriseerd verkeer mogelijk te maken. Naast de komst van de bulldozer worden er steeds meer spullen vanuit Breskens overgezet naar Vlissingen.

Hier maakt de luitenant dan ook dankbaar gebruik van. Hij schrijft zijn dagelijkse rapport in de avonduren. Gebruikmakend van elektriciteit en het licht van een olielamp.

3 november

Tegen het eind van de derde dag (24:00 uur) begint de luitenant zijn dagrapport met een opmerkelijk bericht.  Het brigadehoofdkwartier heeft zijn olielamp meegenomen. “Ta ta for now”, noteert hij in zijn schrift.

mijnen ruimen

De derde november staat wederom in het teken van het onschadelijk maken van mijnen. Een andere sectie, onder leidingvan Luitenant Burgress, gaat naar de scheepswerf. Blijkbaar zit er een watertap in een schip wat op de afbouwkade ligt.

Samen met sergeant Shelly doorzoekt hij de verschillende delen van het schip. Nergens vinden ze het tappunt. Hier moet een civiele of maritieme ingenieur bijgehaald worden, stellen ze vast. Die moet vertellen waar de tap gevonden kan worden aan boord van een schip.

Uiteindelijk weten ze de locatie vast te stellen. Op het tappunt worden slangen bevestigd. Het is de bedoeling de volgende ochtend de slangen verder uit te rollen.

Gedurende dag krijgt de eenheid een directe opdracht vande bevelvoerder. Een aantal secties moeten mee met de infanterie. Wat hun taak is staat niet vermeld in het oorlogsjournaal.

Krijgsgevangen Vlissingen

Over de hele dag verspreid komen er steeds meer krijgsgevangen aan die opgevangen moeten worden. “In de hele stad zijn er nog kleine verzetshaarden aanwezig. Deze schutters maken het werken verdomd lastig. Het zijn een stel fanatieke rotzakken die moeilijk te bevechten zijn. Vandaag is een Duitse Rode Kruissoldaat door één van hen doodgeschoten”, staat in het oorlogsjournaal.

Hij sluit het journaal af met: “Het is nu 02:00 uur, we gaan zien wat de dag van morgen ons gaat brengen.”

4 november

“De operatie van gisteravond is succesvol verlopen. Er zijn wel een aantal gewonden gevallen binnen Peloton No. 3. Eén van de mannen heeft een schampschot opgelopen aan zijn nek. Korporaal Thornton, Parker en Sellars zijn gewond geraakt. De rest van de mannen is ongeschonden uit de strijd gekomen. Zoals ik het heb begrepen is het geen plezierig uitstapje geweest”, zo omschrijft de luitenant het heel droogjes.

Vandaag wordt door peloton No. 3 een nieuwe afrit gemaakt bij de kade van een kleine haven. (Ik denk dat hier de Vissershaven wordt bedoeld. Hier is men van plan een landingsvaartuig zijn zware lading te laten lossen – ET)

In de avond (20:00 uur) komt de rest van peloton No.1 over. Zij beginnen direct met het ruimen van mijnen.

Einde van het verslag.

Geef een reactie