De landing

Klokslag 02.00 uur klonk het verzamelsignaal, waarna de commando’s stipt om 03.15 uur op weg gingen naar de haven van Breskens. Het was koud en nat, de motregen belemmerde het zicht behoorlijk en dikke bewolking hing laag over zee.

Figuur 1 Mosquito jachtvliegtuig

Ondertussen was duidelijk dat er geen luchtbombardement uitgevoerd zou worden, en de artillerie deze taak volledig op zich ging nemen. Terwijl de haven werd bereikt, vloog er een Mosquito-jachtvliegtuig boven hen en ging richting Vlissingen. Boven de stad maakte deze jachtvlieger met regelmaat duikvluchten.

Om 04.15 uur hadden de commando’s plaatsgenomen in de toegewezen landingsvaartuigen (LCA = Landing Craft Assault) en rond 04.40 uur verlieten de eerste vaartuigen de haven. Vrijwel op hetzelfde moment openden 300 stukken artillerie het vuur op Vlissingen.

Met een nerveuze blik werd vanuit de voorste landingsvaartuigen gekeken naar de kustlijn van Vlissingen. Ieder moment verwachten de commando’s tegenvuur van de vijand. Dit bleef uit– in plaats daarvan zagen zij enkel en alleen hun eigen granaten tot ontploffing komen. Zodra er granaten stalen hindernissen troffen ontstond er een regen aan rode vonken. Dit deed hen denken aan vuurwerk. Ondertussen was er ergens in de stad brand uitgebroken. De rondcirkelende Mosquito’s hadden met hun aanval iets geraakt, waardoor een flinke brand was ontstaan.

De Duitse kanonnen zwegen nog steeds.

Gedurende een uur lang dobberden de landingsvaartuigen tussen Breskens en Vlissingen. Terwijl de manschappen keken naar de granaatbeschieting, hielden ze ook gespannen de zee in de gaten. Constant was men op hun hoede voor zeemijnen en eenmans-torpedo’s. Van de bemande torpedo’s was bekend dat er een aantal in Vlissingen gestationeerd waren.

Door de inslaande granaten ontstonden er steeds meer brandhaarden in Vlissingen, en plotseling stak de windmolen – de Oranjemolen – scherp af tegen de gloed van de branden. Het landingsstrand kon niet duidelijker zichtbaar zijn dan nu.

De eerste groep commando’s, oftewel de verkenningsgroep, naderde tegen 05.45 uur het strand. Vlak voordat de groep bij het strand kwam, veranderde, zoals omschreven stond in het plan, de artillerie de baan van de granaten. In plaats van het strand te beschieten, schoten ze nu voorbij het strand.

Toch viel een van de granaten nog te ‘kort’ en beschadigde een van de twee kleine landingsvaartuigen (LCP). Gelukkig zat het gat boven de waterlijn.

De landing werd door het eerste team zonder problemen uitgevoerd. Jammer genoeg verloor men het contact met het opkomende landingsvaartuig. De oorzaak hiervan lag in het feit dat de tweede LCP een bericht, afkomstig van het landingsvaartuig, verkeerd had opgevat. Ze dachten dat ze naar stuurboord moesten uitwijken. Dit was bij het strand vandaan in plaats van ernaartoe.

Kapitein Rewcastle, officier aan boord van de LCA zag de fout en liet zijn vaartuig bijsturen richting de Oranjemolen. In plaats van op het landingsstrand te landen bij de twee LCP’s, kwam hij aan de verkeerde kant van de paalhoofden uit.

Op de aan deze zijde liggende anti-landing obstakels waren aan de bovenzijde mijnen bevestigd. Gelukkig voer het landingsvaartuig tussen de obstakels door en kwam direct uit op de dijk. De eenheid van kapitein Rewcastle verliet het vaartuig en liep vrijwel direct tegen vijandelijke soldaten aan. Zonder een schot te lossen werden deze overmeesterd.

Het prikkeldraad op de dijk werd snel doorgeknipt om een doorgang te creëren voor de opvolgende troepenmacht. Met wit lint werd vanaf het strand een baan gemaakt richting deze doorgang. Luitenant Hargreaves plaatste direct een signaallamp op het uiteinde van de landtong, met als doel de volgende serie landingsvaartuigen binnen te loodsen.

Op deze plek liep de dijk glooiend op, het beklimmen hiervan was geen enkel probleem. Sterker nog: het was een perfecte hoek die de dijk maakte. De eenheden uit de LCA kwamen met droge voeten aan land.

Ondertussen voer de LCP weg van het strand, richting de aankomende landingsvaartuigen. Vanuit de LCP werd het commando gegeven om met twee vaartuigen tegelijk het strand te naderen.

Majoor Boucher Myers gaf direct de order door aan de onder zijn commando staande landingsvaartuigen. De eerste twee vaartuigen naderden de aanlegplaats en op het moment dat de daaropvolgende vaartuigen naderden, werd voor de eerste maal het vuur geopend vanuit de Duitse stellingen. De eerste schoten waren te hoog en alle landingsvaartuigen kwamen veilig aan land. Nog geen slachtoffers te betreuren.

De eenheid van kapitein Rewcastle stelde ondertussen het gebied rond het landingsstrand veilig. Een groep van twintig tot dertig doodsbange Duitse soldaten zat gehurkt in de modder, met de handen achter het hoofd, terwijl de rest van de commando’s aan land kwam.

De gevangengenomen Duitsers, afkomstig uit een versterkte geschutsopstelling, hebben nooit de mogelijkheid gekregen om met hun geschut op de commando’s te vuren.  Ze werden gevangengenomen terwijl ze zich angstig schuilhielden. Een aantal was panisch van angst ten gevolge van shellshock.  

Een andere groep Duitsers die zich schuil had gehouden in een grote onderaardse bunker, werd krijgsgevangen gemaakt nadat zij zich hadden overgeven. Deze bunker werd direct ingericht als commandohoofdkwartier.

De eenheid van kapitein Rewcastle had een defensieve positie ingenomen langs de Oranjestraat. Een deel van eenheid No1 haastte zich met grote spoed langs hen heen richting het Arsenaal. Eenheid No2 ging naar rechts.

Figuur 2 rood = eenheid No1 groen = eenheid No2

No2 kwam, terwijl ze de oostelijke hoek van Uncle Beach naderde, onder vuur te liggen.

Een deel van No2 viel deze opstelling direct aan en nam na het uitschakelen hiervan zo’n vijfentwintig Duitsers gevangen. Deze hadden zich schuilgehouden in een nabijgelegen schuilbunker. Onder de gevangenen bevond zich de bevelhebbende officier van dit verdedigingspunt.

Hierna bestormden ze de ene vijandelijke opstelling na de andere. Met een buitgemaakt stuk Duits geschut werd de aanval ondersteund.

Het andere deel van No2 schakelde Duitse tegenstand uit aan de linkerzijde van het gebied.  Voor 09.00 uur had deze eenheid een sterke defensieve positie genomen ter hoogte van de Piet Heinstraat.

De vijand, die nu doorhad wat er gebeurde, werd een stuk actiever. Op het moment dat meerdere landingsvaartuigen het strand naderden nam de tegenstand toe. Dit was rond 06.30 uur. Vanuit de richting ‘Brighton’ werd er met een 20 mm kaliber op de binnenlopende vaartuigen geschoten.  Het strand lag nu constant onder vuur, afkomstig uit ‘Falmouth’ en zelfs vanaf de andere kant van de haven.

Kogels ketsten tegen de zijkant en lichtspoormunitie van het 20 mm kanon vloog rakelings over de vaartuigen.

Gelukkig wisten ook deze LCA’s de eenheden, op twee of drie slachtoffers na, veilig aan de kant van de Oranjemolen af te zetten. Een van de vaartuigen zonk ten gevolge van het raken van een onderwaterobstakel.  De bevelvoerende officier van deze LCA, kapitein Carr, wist met zijn mannen het grootste deel van de voorraden te redden.  Ook de 3-inch mortieren werden aan land gebracht, samen met de tweeëntwintig draadloze radiosets. Een te water geraakte steekkar spoelde aan op de dijk. 

De uit het water gehaalde mortieren werden op het strand ter plekke gereinigd. Dit terwijl het strand zwaar onder vuur lag. Dertig minuten later waren de stukken klaar om in actie te komen.

 

4 Comments

Geef een reactie