De laatste dagen van het No4 Commando in Vlissingen

Gedurende de avond van de tweede november kreeg het No4 Commando plotseling een nieuwe taak toegewezen.

De landing in Westkapelle – Infatuate II – was op 1 november succesvol verlopen. Commando’s van de 48 Royal Marine maakte een uitstekende opmars richting Vlissingen. Voorbij Zoutelande waren de gevechten hevig, maar de Duitse weerstand stond te wankelen.

Om de weerstand helemaal te breken kwam het plan om het No4 Commando richting het noordwesten te sturen. Een tweede front, gericht op de Duitse stellingen in de duinen, zou ervoor moeten zorgen dat de strijd verkort kon worden.

Hiervoor moest het No4 Commando het dijkgat oversteken om aan de aan de andere kant van Vlissingen te komen. Dit dijkgat was het resultaat van bombardementen door de Royal Air Force om het achterliggende land onder water te zetten.

Dit plan zou onder gunstige omstandigheden al moeilijk zijn. Maar om tijdens de nacht de oversteek te wagen in Buffalo’s maakte het wel heel erg gevaarlijk. Het dijkgat lag vol met obstakels en de stroomsnelheid van het zeewater was hoog. Informatie over de diepte ontbrak. Als het te ondiep zou zijn, konden de Buffalo’s de oversteek niet maken.

De manschappen van het No4 Commando hadden ook last van vermoeidheid. De laatste dagen hadden zij veertig uur strijd geleverd. Desondanks was de groep niet oververmoeid.

Het grootste probleem lag in de voorbereidingen om een aanval uit te voeren voorbij het dijkgat. Normaal gesproken kregen de commando’s informatie over wat er te doen stond. Alles zou besproken worden, en ook niet onbelangrijk: de mogelijkheid om uit te rusten en goed te eten.

Figuur1 Buffalo – Landing Vehicle Tank –

Het plan kwam laat in de avond op tafel. De commando’s zaten er niet op te wachten om hun wapens te reinigen in een schommelende Buffalo. Laat staan met op scherp staande granaten in de weer te moeten zijn.

Daarbij mocht ook niet uit het oog verloren worden dat de strijd in Vlissingen nog niet voorbij was. Ten zuiden van het dijkgat hield het Duitse hoofdkwartier nog stand. Daarbij vochten sommige Duitse eenheden in dit deel van Vlissingen met een flinke strijdlust.

Figuur 2 Hotel Britannia, gelegen op de Boulevard Evertsen

Om het No4 Commando de kans te geven het dijkgat over te steken gingen de 7/9 Royal Scots de aanval op het gebied rond Hotel Britannia uitvoeren. Deze aanval zou liever eerder dan later moeten plaatsvinden. Een aanval op het hotel zorgde ook voor afleiding, zodat het No4 Commando de oversteek kon maken. 

Luitenant-kolonel Dawson, commandant van het No4 Commando, heeft in zijn aantekeningen nadrukkelijk gesteld dat de 7/9 Royal Scots op de minuut exact de aanval op het hotel inzetten. Voordat de daadwerkelijke aanval kon worden uitgevoerd liepen de Scots door water wat tot hun middel kwam. Onder zeer slechte omstandigheden hebben zij hun taak uitgevoerd. Dit hebben ze gedaan op een manier die bij iedereen respect heeft afgedwongen.

Ondertussen kregen de artilleristen de opdracht de stellingen voorbij het dijkgat onder vuur te nemen. In het tactische hoofdkwartier, gelegen bij het Arsenaal, werkten Majoor Tilney en kapitein Moss koortsachtig aan het vuurplan. Ondanks het snelle werken bleek het niet mogelijk om binnen de opgegeven tijd een goed vuurplan op te stellen. De beslissing viel om de gehele operatie – het oversteken van het dijkgat – uit te stellen.

Het bericht om de operatie uit te stellen tot nader order kwam pas laat bij het No4 Commando aan. Voordat het bericht hen bereikte had het Commando zich vanuit de voorste positie terug laten zakken tot op ‘Uncle’. In de Gravestraat stonden de Buffalo’s klaar om de commando’s te vervoeren. De commando’s raakten vermoeid en kregen honger. Daarbij was het tijdsplan zo kort dat er geen mogelijkheid was om de benodigde munitie te verzamelen.

Het ontbreken van het vuurplan maakte de uitvoering compleet onmogelijk. Zelfs met de beste wil en met alle geluk in de wereld zou dit plan niet kunnen slagen.

Het plan zou voor 24 uur worden uitgesteld.

Zover zou het niet komen. De 47 Royal Marines schakelden de doelen in de duinen uit. Het No4 Commando hoefde zich hierover geen zorgen meer te maken.

Derde november 1944

Het No4 Commando bemoeide zich niet meer met de strijd in Vlissingen. De eenheden hadden zich teruggetrokken in de omgeving van ‘Uncle’.

Op korte termijn was het de bedoeling dat het No4 Commando samengevoegd ging worden met de No4 Special Service Brigade. Om dit te bereiken kreeg de oversteek over het dijkgat de hoogste prioriteit.

Aan de bemanning van de Buffalo’s de taak om de commando’s over te zetten. Het slechte weer zorgde voor problemen en een begaanbare route door de stad ontbrak. De oversteek moest uitgesteld worden. Dit bleek onbedoeld een goede beslissing te zijn. Bij een verkenning van het dijkgat bleek het gat breed te zijn. Wat eerder niet bekend was, bleek bij daglicht duidelijk te zien. Het brede gat bestond uit twee helften. In deze twee delen lagen afgezonken stukken beton, grote hoeveelheden stenen en scherpe anti-landingspalen. Bij hoog water leek de diepte goed. In werkelijkheid liep een volgeladen Buffalo vast onder deze omstandigheden.

De oversteek over het dijkgat

Vandaag, de vierde november, moest de dag worden dat het No4 Commando Vlissingen zou verlaten. De oversteek over het dijkgat stond gepland voor deze dag.

Een deel van de eenheden marcheerde over de boulevards richting het dijkgat. Weasels vervoerden het andere deel door de ondergelopen straten van Vlissingen richting het dijkgat. 

Figuur 4 Gemeentearchief Vlissingen fotocollectie 413 23861  No4 Commando onderweg naar het dijkgat 
Figuur 5 Gemeentearchief Vlissingen fotocollectie 413 15330 – Weasel –

Op hetzelfde moment vertrokken er van ‘Uncle’ Buffalo’s met de uitrusting van de commando’s en andere benodigdheden richting de doorbroken dijk. Het was de bedoeling dat de Buffalo’s langs de boulevard naar het gat zouden varen om daar de commando’s te ontmoeten. Net voorbij ‘Brighton’ besloten de varende tanks terug te keren naar ‘Uncle’. De elementen keerde zich tegen de vaartuigen. De zee was te ruw om verder te varen.

Figuur 3 Route Buffalo’s

Het leek erop dat het No4 Commando Vlissingen nog niet kon verlaten.

De commando’s stonden te wachten bij het dijkgat. Net voordat de order om terug te marcheren zou worden gegeven, gebeurde er iets onverwachts. Vanaf de overzijde van het dijkgat naderden Buffalo’s. Deze hadden de opdracht gekregen van de No4 Special Service Brigade om het No4 Commando over te zetten.

Voordat de avond inviel stonden alle eenheden van het No4 Commando aan de noordzijde van het gat. Hun uitrusting niet. Die was over het hoofd gezien en lag nog aan de overkant van het gat. Het overbrengen hiervan gebeurde de volgende dag.

Het No4 Commando liet Vlissingen achter zich, en trok op richting Zoutelande.

One Comment

Geef een reactie