Aanval op de stad

Zoals we eerder zagen (artikel : De landing ), ging eenheid No1, die net zoals de andere eenheden uit twee secties bestond, richting het Arsenaal. Sectie 1 bleef achter bij de Oranjestraat. Sectie 2 bereikte het Arsenaal en ging naar binnen. Het gebouw bleek geheel ontruimd te zijn. Ze besloten om direct door te gaan en zuiverden het gebied langs de zeedijk.

Figuur 1 Route eenheid No1

Steeds meer eenheden werden door de landingsvaartuigen aan land gezet. Dit was het moment waarop sectie 1 hun positie bij de Oranjestraat kon verlaten en zich weer aansloot bij sectie 2.

Als eenheid gingen ze naar hun volgende doel: ‘Seaford’. Vanaf positie ‘Brighton’ werden de commando’s zwaar onder vuur genomen. Ze besloten om een aantal manschappen (sub-sectie) achter te laten, die ‘Brighton’ constant onder vuur hield. Zo kon de rest van de eenheid verder optrekken.

Figuur 2 Route eenheid No3

Positie ‘Brighton’ zorgde ook voor problemen bij eenheid No3. Vanaf het strand waren zij, via de anti-tankmuur bij de Wilhelminastraat en dan door de Nieuwstraat, uitgekomen bij het Bellamypark.

Op de eerste dag, alsook een deel van de tweede dag, zorgde de aanwezigheid van een sterke eenheid Duitse soldaten in ‘Brighton’ voor behoorlijke problemen. De opmars van No3 werd er behoorlijk door belemmerd.

Een sectie bleef achter in het gebied rond de Beursstraat om de Duitse soldaten, gelegen bovenop het Keizersbolwerk, te isoleren van de andere Duitse eenheden. Terwijl de rest van de eenheid verder trok naar ‘Hove’ moesten ze wel met regelmaat soldaten achterlaten. Dit om een eventuele afsnijding door Duitse soldaten van de opkomende commando’s te voorkomen.

De resterende eenheid, onder leiding van kapitein McDougall, voerde heftige straatgevechten voordat deze aankwam bij de marinebarakken (HOVE . Omdat er zoveel mannen waren achtergelaten, was het niet mogelijk de barakken aan te vallen. Ze hielden stand totdat versterking kwam opdagen.Eenheid No6, samen met de machinegeweersectie, bereikte hun toegewezen doel ‘Bexhill’ in zeer korte tijd. Aan het hoofd van deze eenheid stond kapitein van Nahuijs, voorheen politie-inspecteur in Vlissingen. Zij waren in staat om deze zeer belangrijke positie vast te houden.
Eenheid No5 raakte in gevecht met de vijand in ‘Worthing’. De overmacht aan Duitsers in dit gebied was te groot, en er was geen mogelijkheid om verder op te trekken. Rond 09.30 uur zorgde de 4 The King’s Own Scottish Borderers (4. KOSB) ervoor dat de weerstand werd gebroken. De troepen trokken direct op richting ‘Dover’.

Op deze locatie zorgde een Flak-vierling (luchtafweer, ook inzetbaar tegen gronddoelen) samen met een mitrailleuropstelling voor de nodige problemen. Beide opstellingen blokkeerden de oversteek van Boulevard De Ruyter of de Coosje Buskenstraat.

Eenheid No5 nam stelling en beschoot dit verdedigingspunt met mortieren en bazooka’s (PIAT bombs). Sluipschutters schoten keer op keer op de bemanning van de Flak zodra deze zich liet zien.

Tegen de avond nam No5 positie rond de Noordstraat, samen met eenheid No3 blokkeerde deze de Spuistraat en de Coosje Buskenstraat.

Rond 16:00 uur kreeg eenheid No1, nadat ze eerst in reserve waren gezet, de opdracht No3 te versterken bij de aanval op ‘Hove’. Het zuiveren van dit gebied, samen met de gebouwen, ging langzaam. Daarbij nam het aantal slachtoffers toe naarmate de avond inviel. Daarom werd besloten niet verder te gaan. Defensieve posities werden ingenomen om de nacht door te komen en de volgende dag ging de opmars verder.

Net na 08.30 uur waren de The King’s Own Scottish Borderers aan land gekomen. Op dit tijdstip lag het landingsstrand zwaar onder vuur. Niet alleen door klein kaliber, maar ook door kanonvuur afkomstig uit de richting van de buitenhaven. Dit geschut (code W6) had twee landingsvaartuigen tot zinken gebracht tijdens de oversteek van Breskens naar Vlissingen.

Terwijl het strand zwaar onder vuur lag, verrichte het ‘Landing Craft Obstacle Clearance Units’ (LCOCU) wonderen. In een recordtempo werden obstakels verwijderd, zodat vaartuigen veilig konden aanleggen.

Het uitladen van voorraden en materieel gebeurde al in de vroege ochtenduren. Onder het toeziend oog van de pioniers en grote aantallen krijgsgevangenen ging het uitladen voorspoedig.
De Duitse krijgsgevangenen deden flink hun best. Een officier zei later dat hun inzet bij de slag om Vlissingen waarschijnlijk groter is geweest dan hun inzet voor het Derde Rijk.

Geef een reactie