Commandohoofdkwartier november 1944

Operation Infatuate I, de codenaam voor de aanval op Vlissingen, stond onder leiding van Brigadier MacLaren. Hij was de hoogste in rang binnen de 155ste Infanterie Brigade waaronder het No4 Commando viel. De brigade had de taak gekregen de Duitsers van het eiland Walcheren te verdrijven. Het grootste deel van de eerste november lag het hoofdkwartier van de 155ste Infanterie Brigade in Breskens.

Luitenant-kolonel Dawson, de commandant van het No4 Commando, stuurde zijn eenheden aan vanuit het commandohoofdkwartier in Vlissingen. Zolang het tactische hoofdkwartier van de 155ste Infanterie Brigade nog aan de overkant lag, was hij de tijdelijke brigadier van de infanteriebataljons oftewel de eenheden ter plaatse.

Dawson gaf als commandant niet alleen instructies aan de vechtende eenheden, maar ook de troepenmacht die met landingsvaartuigen de oversteek maakten naar Vlissingen.

Luitenant-kolonel Dawson had de bevoegdheid om artillerieondersteuning aan te vragen waar dan ook nodig. Mocht de artillerie bepaalde taken niet kunnen uitvoeren, dan stond de Royal Air Force klaar om in opdracht van Dawson gronddoelen aan te vallen.

Met Mosquito jachtvliegtuigen vielen de RAF-piloten Duitse stellingen aan. De uitwerking van de boordkanonnen en de raketten was meer dan voldoende om Duitse stellingen tot overgave te dwingen.

 In de avond stak het tactische hoofdkwartier van de 155ste Infanterie Brigade over van Breskens naar Vlissingen. Rond de klok van 22:00 uur nam het tactisch hoofdkwartier, nu gelegen bij het Arsenaal, het hoofdcommando van luitenant-kolonel Dawson over.

In het tactische hoofdkwartier zat samen met Majoor Tilney zijn vuurgeleidingsofficier kapitein Moss van het 4 Medium Regiment Royal Canadian Artillery. Dag en nacht gaven zij de posities door waar de artillerie op moest vuren. Dit gebeurde met de hoogste nauwkeurigheid.

Het opgestelde vuurplan faalde geen enkele keer als er artillerieondersteuning werd aangevraagd. Toch gingen de onvermoeibare artilleristen een tweetal keren in de fout. Bij de aanvraag van artillerieondersteuning op een bunker gelegen langs de kustlijn, ging het fout. Het grootste gedeelte van de salvo’s vielen te kort, en kwamen in zee terecht. De bunker werd niet geraakt.

Er had ook een incident plaats waarbij een van de landingsvaartuigen dacht te worden beschoten door Duitse kanonnen. In werkelijkheid gaf een van de artilleriestukken te kort vuur, waardoor het landingsvaartuig dacht onder vijandig vuur te liggen. Het landingsvaartuig voer terug naar Breskens.

Los gezien van de eerdergenoemde incidenten werkte de artillerie feilloos. Dankzij de inzet van het geschut verminderde de wil bij de Duitsers om tegenstand te bieden drastisch.

Een keer verloor het tactische hoofdkwartier de controle over de strijd. Vanuit het hotel op de hoek bij ‘Brighton’ schoten de Duitsers fel op het Arsenaal-gebied. Er ontstond een situatie waarbij het hoofdkwartier niet meer kon functioneren.
Een bont gezelschap aan manschappen van uiteenlopende eenheden, zoals de communicatie-, duik- en stafleden, bracht het eerder buitgemaakte 75 mm anti-tankkanon in stelling. Het kanon opende het vuur en na een aantal schoten richting het hotel sloegen de Duitsers op de vlucht.  Ver kwamen ze niet. De vluchtende Duitsers liepen recht op eenheid No1af. Deze in het gebied ‘Winchester’ gelegen eenheid opende direct het vuur op de soldaten.

Het tactische hoofdkwartier had weer controle over de strijd gekregen.

In de avond, tegen 22:00 uur, kwam brigadier MacLaren aan in Vlissingen. Na overleg met zijn stafleden en andere betrokkenen kwam het volgende plan op tafel: de 4 Kings Own Scottish Borderers gaan bij het eerste daglicht naar de Scheldestraat en de Van Dishoeckstraat. Vanaf dit punt gaan de 5 Kings Own Scottish Borderers naar het Kanaal door Walcheren.

4 Comments
    • Beste Mevrouw Schreurs,
      Bedankt voor uw reactie op mijn artikel. Kan u zich nog veel herinneren van deze periode ?
      Met vriendelijke groeten,
      Edwin Tilroe

Geef een reactie